Dag lieve Bo

Op 7 oktober 2017 overleed Bo Wesdorp, de eigenaar van het nieuwe café Hard & Ziel de Turfkaai in Middelburg. Dat bericht kwam snoeihard binnen bij heel veel , ook bij mij. Bo was een stadsicoon waar iedereen zijn eigen relatie mee had. Voor mij was het een oud-werkgever, maar vooral ook een maatje. In de kroeg kon ik heerlijk met hem bomen over de mooie en rauwe kanten van het leven, over ondernemen en over de liefde. Bo kon een wilde man zijn, maar dat was hij nooit als wij samen zaten. Dan was hij warm en attent. Lief zelfs.

Het afscheid van hem was heftig, nam voor sommigen letterlijk de hele week in beslag, maar het ademde in alles de geest van Bo, of Bolkie, zoals velen hem altijd zijn blijven noemen. Alles kwam samen bij het afscheid, afgelopen vrijdag. Op dat moment zagen we nog eens wat we allemaal al heel lang wisten: de kennissen- en vriendenkring van Bo was groot en divers. Boksers en drinkebroers, directeuren en danseressen. Het was mooi, om al die mensen nu eens samen te zien, maar ook pijnlijk en verwarrend. Zo veel. Mensen. Karakters. Vragen.

Rockdesert

Ik merkte dat mijn ogen vooral zochten naar mensen die in de jaren ‘90 veel in Bo’s café Rockdesert op het Damplein kwamen. Nu ik daar achteraf over nadenk begrijp ik wel waarom ik dat deed. In die periode leerde ik Bo pas een beetje kennen. Voor die periode was hij voor mij die jongen van de straat, die vriendelijke vechtjas, die ook wel eens als portier in het Middelburgse nachtleven werkte. Als klant, en later als medewerker van de Desert leerde ik dat hij veel meer in zijn mars had en dat wilde bewijzen. Hij nam de zaak over zonder al te veel kennis van ondernemen. Daardoor maakte hij soms fouten, maar dat gaf niet. Daar leerde hij dan weer van. Zulke dingen werden bovendien dik gecompenseerd door het succes van de zaak.

Lowlands

Het Lowlands-festival bestond nog maar net en Bo keek goed wat daar allemaal gebeurde en welke muziek aansloeg bij het publiek. Dat vertaalde hij geleidelijk naar zijn café. Een paar jaar lang kon je alles verwachten aan het Damplein. Blues en grunge, rock en punk, dance en hip-hop. Bo experimenteerde er op los. Hij waagde zich zelfs een paar jaar aan de organisatie van festivals (‘Ik zal ze eens wat laten zien daar op de Markt!’) of aan het gedogen van blowen in de zaak. Als iets niet bleek te werken, stopte hij er weer net zo makkelijk mee. ‘Die blowers zuipen niet genoeg, gozer!’

Paperassen

Tot 2016 was Bo aan het zoeken wat hij zou gaan doen. Hij twijfelde aan van alles en nog wat, maar koos uiteindelijk voor het verbouwen van een oud pand aan de Turfkaai. Een project waar hij zich met hart en ziel op stortte. Ooit bekeken we samen oude foto’s van een ‘bierhalle’, die daar al voor 1900 zat. Die gevel vond hij zo mooi. Uiteindelijk wist hij de sfeer van toen nog terug te halen ook. Maar hoe mooi zijn nieuwe zaak ook werd, er zat nog van alles dwars. Het experimenteren, zoals dat in de jaren ‘90 nog kon, was er niet meer bij. Regelgeving en paperassen, veranderd publiek en verstikkende voorschriften. Een van de laatste zinnen die hij me appte tijdens mijn vakantie luidde: ‘Het is niet meer zoals vroeger …’

Nu zeker niet meer. We gaan je missen, pik.

Een kroegicoon

De Dikke van Dale online omschrijft een stamgast als een vaste bezoeker van een café. Zo’n gast kun je dus al zijn als je een paar maanden of jaren regelmatig je gezicht laat zien aan de bar. Bij het woord stamkroeg staat echter ‘kroeg waar iemand dagelijks komt, waar hij tot de ‘stam’ der gasten behoort’.

Dat komt in de buurt, maar toch zijn sommige klanten meer dan stamgasten. Ik doel op mensen voor wie cafés tweede huiskamers zijn, die helemaal thuis zijn in de cafés waar ze komen. Ze kennen ieder hoekje en alle bezoekers. Ze komen er al vanaf de dag dat de zaak werd geopend. Niet zelden hebben ze ook gewerkt voor de kroegeigenaar. Hoe je zo iemand precies noemt, weet ik ook niet, maar hij of zij is méér dan een stamgast.

Vakkundig

Als één iemand daar een voorbeeld van is, dan is het Peter van der Horst, een kroegicoon. Toen ik rond 1985 voor het eerst in Bar American kwam was hij daar al dertien jaar stamgast. Dat zag je aan alles. Hij was er altijd. Misschien was hij ook wel de eerste persoon die ik, zeer vakkundig, luchtgitaar zag spelen. Later leerde ik Peter veel beter kennen. Ik was een paar jaar barman in zijn stamkroeg, maar ook in  Seventy-Seven, waar hij op de zaterdagavonden zeker al twaalf jaar lang kon worden uitgetekend. Peter is het type man dat je graag aan de bar hebt. Altijd in voor een praatje en een geintje, goed op de hoogte van het nieuws uit de stad én met een fenomenale kennis van de rockgeschiedenis.

Als je zijn luchtgitaar zou vervangen door een echte zou je merken dat hij echte akkoorden speelt. Als je een nummer als ‘Doctor Doctor’ van UFO opzet kan je er gif op innemen dat hij dat geintje maakt: ‘Als ze nu geen UFO draaien ga ik naar huis’. Ik noem dat nummer, omdat zijn loopbaan als zanger en gitarist er ooit mee begon. Het was het nummer dat hij in 1977 zong met de band Joe Banana, later opgevolgd door Overload. Dat was ook de tijd dat Peter en zijn maten vaak op stap gingen in Walcherse dorpen. Op zaterdagavond naar café Royal in Zoutelande. “Omdat dat toen de enige kroeg was waar alle soorten muziek werden gedraaid”. Of naar het Kasteel in Westkapelle. De aanwezigheid van toeristen speelde daar natuurlijk een rol in. Als Peter eenmaal smakelijk begint te vertellen over die tijd ben je nog niet zomaar uitgeluisterd en -gelachen.

Kanaalzicht

Sinds vier jaar is Peter barman in café Kanaalzicht. Aan dat beeld moet ik nog een beetje wennen. Dat komt omdat ik hem als barman van American nooit heb meegemaakt, dat was voor mijn tijd. Maar toen ik er onlangs een biertje ging drinken zag ik wel dat hij ook daar op zijn gemak is. Niet zoals in Bar American misschien, maar toch: wel alsof hij in zijn eigen huiskamer zit. Hij stond die middag wel mee te zingen met heel andere muziek dan ik van hem gewend ben. Was het nou iets Nederlandstaligs? Ook geen probleem! Hij gaat toch niet haar huis. Hij is thuis.

De afwezigen hebben altijd ongelijk

Twee weken geleden interviewde ik in de Graanbeurs, op het Damplein in Middelburg, ondernemer Koen Funk, van Biercafe De Vliegende Hollander. Hij organiseert in samenwerking met brouwerijen en andere ondernemers op het plein een Winterbierfestival op 16 en 17 december. Het Damplein maakt daardoor dit jaar voor de eerste keer deel uit van het programma van Middelburg Winterstad. Het evenement begon ooit met alleen de ijsbaan op de Markt, maar lijkt ieder jaar een beetje groter en succesvoller te worden. Steeds meer cafés bouwen blokhutten op hun terras, de kerstmarkten worden uitgebreid en de grote tent voor het winterterras op het zogenoemde Tympaanplein werd dit jaar een maand eerder ingericht, omdat die veel extra bezoekers trekt.

Dat Koen de aansluiting zoekt bij dit winterfeest vind ik om verschillende redenen geweldig. Er gaat sowieso veel positiefs uit van eigen initiatieven en van lokale samenwerkingsverbanden (in dit geval met restaurant La Piccola Italia en Eetcafé De Zwarte Ruiter op ’t Witte Paart) maar wat ik veel mooier vind is het gegeven dat de organisatie hiermee het signaal afgeeft bereid te zijn om het Damplein nieuw leven in te blazen.

Meccano

Want daar moet je eerlijk over zijn: dat plein is, als uitgaansgebied, natuurlijk niet meer wat het ooit geweest is. De terugloop begon toen buurtbewoner Akkerman het na een jarenlange juridische strijd met de eigenaars van de toenmalige discotheek Meccano het begin jaren ‘90 voor elkaar kreeg dat de openingstijden op het plein werden beperkt. Mede door zijn toedoen besloot de gemeente de nachtvergunningen voor de horeca op het Damplein in te trekken, met de bedoeling die te concentreren in het gebied op en rondom de Markt en Vlasmarkt. Ernstige vernielingen tijdens Oud en Nieuw waren daarvoor de directe aanleiding.

Toen de rechter in Akkermans voordeel besliste liet een grote groep cafébezoekers een paginagrote ‘rouwadvertentie’ in de krant plaatsen met de tekst: ‘Rust in vrede, uitgaansleven Middelburg’. Die tekst was een beetje overdreven, maar voor het Damplein bleek van die woorden een voorspellende werking uit te gaan. Discotheek Meccano verdween, net zoals het bijbehorende café. Eerder was de nachtclub aan de overzijde van het plein, een opvolger van La Folie, al gesneuveld. In de jaren die daarop volgden kenden diverse cafés nog successen – Rockdesert en Mambo’s bijvoorbeeld – maar nu, 25 jaar na dato, staan die zaken al een paar jaar leeg. Dat ziet er triest uit.

Punkbands

Het plein, dat nog geen 50 jaar bestaat, verdient een beter lot. Met vrienden praat ik regelmatig met een grote grijns over muziekfestivals als Damrock of over optredens van punkbands in de Graanbeurs, georganiseerd door het voormalige jongerencentrum Midgard. Zulke evenementen, op die plek, behoren definitief tot het verleden, maar dat betekent niet dat er geen alternatieven zijn. Ook daarom hoop ik dat het Winterbierfestival een succes wordt. Toen ik Koen stond te interviewen las ik de teksten op de tegels van de Graanbeurs, die deel uitmaken van het kunstwerk van Marinus Boezem, ook weer eens. ‘Les absents ont toujours tort’ staat er op een daarvan. De afwezigen hebben altijd ongelijk. Een prachtige slogan bij een nieuwe impuls voor het plein.

40 jaar plaatjes draaien

Onlangs vierde Kees Petiet, die de meeste Middelburgers vooral zullen kennen als eigenaar van Bar American op Plein 1940, een muzikaal jubileum. Dat deed hij met een feestje. In de uitnodiging schreef hij: ‘De derde zaterdag van september in 1976 was de eerste keer dat ik een hele avond muziek draaide in een café. Het was de eerste dag van de kermis in Terneuzen en de Image-club had die avond geen dj beschikbaar. Ik bood aan dit wel te willen doen voor een keer. Een keer werd twee keer en vervolgens elke week en uiteindelijk heeft dit ertoe geleid een café te beginnen in mijn eigen Middelburg, met mijn eigen muziek. Nu bijna 40 jaar later draai ik nog steeds met plezier mijn muziekjes’.

Omdat ik op vakantie was, moest ik verstek laten gaan, maar ook zonder op het feestje te zijn, kon ik me het beeld van Kees als dj heel goed voor de geest halen. Ik zag en hoorde hem talloze keren bezig achter de draaitafels van zijn zaak, zowel als klant als medewerker. Je moet van goeden huize komen als je een rocknummer aan wilt vragen dat Kees niet kent. Hij kent zijn klassiekers. Het is daarom beter om hem gewoon lekker te laten doen. Dan komen de pareltjes vanzelf. Van Stones en Beatles naar Uriah Heep en Status Quo en weer terug.

Trashhok

Kees draait zijn muziekjes inderdaad nog regelmatig, maar wel minder dan vroeger, toen hij zelf altijd achter de bar stond en de meeste van zijn klanten naar dezelfde muziek luisterden. Ik kan me de overgangsperiode nog wel herinneren. Ik begon American rond 1986 te bezoeken voor de vele speed- en thrashmetalbandjes die er toen optraden.

Dat was een mooie tijd, maar de muziek van de optredende bands was te heftig om achter de bar te draaien. Bij bands als Iron Maiden en Metallica hield het wel op, omdat de vrees bestond dat nog hardere muziek klanten zou kosten. Het leidde echter tot zo veel discussies dat Kees uiteindelijk een oplossing ging zoeken. Hij vond die in het basaal inrichten van een kleine ruimte naast de zaak, als mini-café voor de liefhebbers van herrie. Die ruimte werd het Thrashhok genoemd. Het was een mooie, tijdelijke oplossing, waar sommige bezoekers van toen nu nóg met een grote grijns over praten.

Bedrijfsleider

Hoe het precies kwam is lastig te duiden, maar in de jaren ‘90 was er opeens een veel groter publiek voor heftige muziek. Zelfs in nette zaken werd er gesprongen op Rage against the Machine en Nirvana. Herrie in de tent betekende een volle tent. Kees ging op zoek naar een bedrijfsleider die de werelden van rock en herrie wist te verenigen in American en vond die in de persoon van Erik Louws, die in de jaren daarna het gezicht en het geluid van de zaak zou gaan worden. Maar wel altijd met Kees aan zijn zijde of in de buurt. Want als er weer eens écht ouderwets gerocked moest worden deed Kees het natuurlijk zelf. En dat doet hij nu nog steeds.

Juist dat maakt American tot wat het is: een prachtige tent. ‘Keep on rockin’ in the free world!’

De Middelburgse Mosselfeesten

Aanstaande donderdag is het weer zover: dan gaan in de Vlasmarkt in Middelburg de jaarlijkse Mosselfeesten van start. Dat is, wat mij betreft, een van de gezelligste festivals die de stad kent. Drie dagen lang lekker eten en drinken, muziek en een beetje theater. Zelfs als je niet van mossels houdt is dit feestje een bezoekje waard. Je treft er namelijk niet alleen veel bekenden uit Middelburg maar ook andere Walchenaren (ja, ook Vlissingers) en – want midden in het hoogseizoen – veel toeristen. Als je niet op vakantie bent moet je er gewoon even heen, al is het maar voor een avondje.

Proberen vast te stellen wanneer de Mosselfeesten voor de eerste keer werden gehouden valt nog niet mee. Tot anderhalf jaar geleden zocht je dat gewoon even online op in de Krantenbank Zeeland, maar sinds de Zeeuwse Bibliotheek in juridische touwtrekkerij met stichting Lira verzeild is geraakt mogen alle kranten van na 1945 alleen nog in de bibliotheek of in het Zeeuws Archief worden geraadpleegd. Nu is het een vrij kleine moeite om even met de laptop naar het Zeeuws Archief te wandelen, maar ik schrijf deze column op zondag, de dag waarop die instellingen gesloten zijn. En aan uitgebreide voorbereidingen doe ik natuurlijk niet, als moderne luiaard.

Maar uitgebreid rondvragen op sociale media en spitten in bronnen die 24/7 online beschikbaar zijn doe ik uiteraard wel. Op basis daarvan vermoed ik dat het eerste Mosselfeest in 1997 werd georganiseerd. Waarschijnlijk was Barend Midavaine van de Mug de initiatiefnemer toen. Des te grappiger is het dan dat zijn opvolgster Mikkie van Ossenbruggen, samen met collega Eef van Kampenhout, dit jaar verantwoordelijk is voor de organisatie. Tussen die eerste keer en deze editie liggen veel woelige jaren, met talloze betrokkenen. Dat heeft alles te maken met het feit dat de Gemeente Middelburg het festival nooit heeft gesponsord. Het wordt gezien als een horecafeestje. Dat is het in de kern natuurlijk ook wel, maar je zou toch denken dat heel de stad hier in meer of mindere mate van profiteert. Arie Leendertse van café de Rooie Oortjes, die in 2004 in de organisatie zat, zei daar toen over dat het mosselfeest een goede manier is om de stad te promoten, en het jammer te vinden dat de gemeente die gedachte niet deelt. “Het Jazzfestival gaat ook al niet door, de tattooconventie gaat naar Vlissingen. Op deze manier houd je weinig meer over.”

Maar ook zonder die subsidie bestaat het feest gelukkig nog altijd. Er werd zo nu en dan een jaar overgeslagen, maar steeds stond er weer iemand op die het zonde vond dat het festival dreigde te verdwijnen. Er werden zo nu en dan ook andere dingen geprobeerd. Ik vond in de Beeldbank Zeeland een poster uit 2002 waarop het festival opeens, sjieke friemel, ‘Het Mossel Zeebanket Festival’ werd genoemd. In 2006 werd Mario Spetic ingehuurd met de bedoeling het festival te laten uitgroeien tot een stadsfeest dat zich ook elders zou afspelen, bijvoorbeeld op het Damplein. In 2012 was de strekking juist dat het festival weer terugwilde naar de roots; het oorspronkelijke Straatje van Verlangen. Daar is het Mosselfeest nu nog steeds. Ik zie er naar uit. De lokroep van de mossel is onweerstaanbaar!

http://www.mosselfeestmiddelburg.nl