Barcodes: Beatniks en pierewaaiers in Poelendaele

Sinds een danig aantal jaren ontzwem ik, dat wil zeggen dat het zwembad voor mij onbekend terrein is. Ik heb nog nooit een voet, laat staan een lichaam, toevertrouwd aan zwembad Vrijburg en zal dat wellicht ook nooit doen – geen zwembadpas naar de Sportweg derhalve. Nee, mijn laatste baantjes werden getrokken in zwembad Poelendaele dat in 2001 het veld moest ruimen voor het kantoor van Rijkswaterstaat. Veel Middelburgers hebben dat als een bommetje ervaren, een bommetje dat spetters van verraad deed opspatten. Veel Middelburgers hebben nog steeds een zwak voor Poelendaele, want telkens als de Facebookpagina van www.middelburgdronk.nl er aandacht aan besteedt, genereert dit een record aantal reacties.

Ik zette eind jaren ‘50 mijn eerste stappen in het open bad zonder naam waarvan de ingang aan het jaagpad lag. Als broekje mocht je van mevrouw Corstanje niet in een badhokje, maar moest je in het zogenaamde jongenshok omkleden. Eenmaal in zwembroek ging je, na een verplichte douche, meteen op de thermometer kijken hoeveel graden het water was. Die thermometer hing bij het kantoortje van badmeester Bosdijk en daarnaast was een kleine toko waar zijn echtgenote in koek en zopie deed. Zo’n 20 jaar later ging ik als werkstudent werken in het in 1970 geopende Poelendaele – eerst in de garderobe, later in de kassa. De uitbaters van de kantine, Betty en Merijn Heestermans, waren oude bekenden uit hotel ’t Raedthuys aan de Lange Noordstraat waar ik weleens het lege goed sorteerde. Merijn gaf me af en toe een boek, maar sinds ik On the Road van Jack Kerouac kreeg, was ik meteen beatnik en dat ben ik in m’n hart nog steeds.

Poelendaele was op de donderdag tot 21.00 uur open en dan was het gezellig aan de bar, wel zo gezellig dat toen ik mijn eerste weekloon kreeg, bleek dat ik meer verdronken had dan verdiend. Afijn, Merijn maalde er niet om, het boek was geduldig, en als de nood aan de man kwam, leende hij me een geeltje voor de mazzel en Seventy Seven. De donderdagvond was de avond van pierewaaiers die zich enthousiast indronken voor wat de late uurtje nog in petto hadden. Op de zondagmorgen was de bar bezet met vakgenoten die, met de borstcrawl achter de rug, wel aan een hartversterking toe waren. Oberkelner Rinus Caljé en chef-kok Coen Murk van het Nederlands Koffiehuis aan de Markt schoven steevast aan, evenals Sjaak Lammers van cafetaria Lammers in de Banckertstraat.

Poelendaele had rare kostgangers zoals Wim Meeuse, de balleider die al aan de orde kwam in de Barcodes over het Schuttershof. Meeuse trok vrijwel dagelijks zijn baantjes en voordat hij zich te water begaf, voltrok zich een ritueel aan de bar. Hij deed zijn kostbaarheden in een juten zakje en droeg die met de woorden: “Zou u mijn zak met juwelen willen bewaren?” over aan degene achter de bar. Iemand, naar ik vermoed Betty Heestermans, sprak toen eens de onsterfelijke woorden: “Vanzelfsprekend meneer Meeuse, uw zak is bij ons in goede handen.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.